Ullath | Geografie | Families | Logo | Teksten | Pela | PABAN | Boeken | Links | Colofon | Agenda | Archief-Nieuws |
| Gastenboek | Ullath.com |

 

                   

       

 

 

 

                 

 

BAKUDAPA 2. OOM OTJE TELEHALA IN BREDA 25-11.'05


In onze serie bakudapa/ontmoetingen hebben wij een gesprek met
Mozes Albertus Telehala (89) bij hem thuis in Breda. Een man met charisma en een geboren leider. Onder de 1 e en 2 e generatie Ullathnezen in Nederland ook bekend als oom/opa Otje Telehala.

Deze opa Otje was direct betrokken bij de proclamatie van de RMS en de oprichting van de APRMS (Angkatan Perang Republiek Maluku Selatan) het Nationale RMS-leger. Wij vonden het belangrijk dat een getuige van die eerste uur en nota bene van Ullathnese afkomst, nooit vergeten mag worden.

Hij was en is een belangrijke inspiratiebron voor de 2 e en 3 e en komende RMS generatie in het algemeen en voor de Ullathnezen in het bijzonder in Nederland. Hij was militaire commandant van de APRMS leger ten westen van Ambon ook wel bekend als het schiereiland Hitu. Alle Islamitische dorpen sloten zich aan bij het gewapende verzet tegen de Indonesische bezettingsleger. Zijn Bataljon gaf hij de naam KRISLAM ( Kristenen en Islamieten). Nadat het eiland Ambon in handen was gevallen van het bezettingsleger T.N.I.(Tentara Nasional Indonesia) trok hij met delen van zijn bataljon terug naar de binnenlanden van het eiland Ceram.

Toen hij door wijlen Mr.Dr Chris Soumokil naar Saparua gestuurd werd als militaire gouverneur, voor Lease (Saparua, Haruku en Nusalaut) eilanden kon hij niet meer terugkeren omdat de Arafura zee (voor de kust van Ceram) geblokkeerd werd. Samen met APRMS majoors Wenno en majoor Toumahu boden ze verzet vanuit de negeri lama/gunung Amelhatu. Het was Luitenant Paais (Ullathnees) van de TNI, die vroeg of ze wilden overgeven. Dit laatste hadden ze gedaan.Later werden.ze overgebracht naar Ambon. Daar kreeg hij jarenlange stadsarrest (hij mocht de stad Ambon niet verlaten). Hij moet zich melden bij de Indonesische militaire bezettingsautoriteiten in Ambon-stad.

Jaren later kon hij met behulp van zijn ex-strijdmakkers uit het verzet, die overgingen naar de TNI, met de boot vluchten naar Jakarta. Vanuit Jakarta is hij met een speciale missie naar Nederland gegaan. Onder het mom van vakantie/familie bezoek kwam hij in Nederland aan. Door bemiddeling van een medewerker van de vreemdelingen politie in Breda kreeg hij een verblijfsvergunning om in Breda vestigen.

Opa Otje Telehala is de jongste van vier oudste nog in leven zijnde 1 e generatie Ullathnezen in Nederland. De andere drie zijn oma Oto Nikiyuluw-Patty (92) woonachtig in St.Michelsgestel, oma Rien Toumahu (92) uit Bovensmilde, opa Eti Sapulette (91?) woonachtig in Wierden en opa Eli Sapulette (90?) woonachtig in Almelo, van de eerste generatie.

_____________________________________________________

 

Bakudapa (Bkdp) = redactie Ullath.com

Gast (G.) = Mozes Albertus Telehala

 

Bkdp.: met wie bent u getrouwd?

G.: met Sarah Maria Nikiyuluw (87) uit Ullath.

Bkdp.: heeft u kinderen?

G.: ja een zoon, Max.

Bkdp.: kunt u iets meer over u achtergrond vertellen?

G.: welke achtergrond bedoel je?

Bkdp.: het leven in de negeri Ullath.

G.: wijlen mijn moeder is Hobertina Telehala. Mijn biologische vader was Arnold Paais en was niet getrouwd met mijn moeder. In de negeri (dorp) Ullath en in de meeste andere negeri's komt het vaker voor. Het heeft deels ook te maken met de erfgenamen voor de dusuns (tuingronden in de bergen). Na mijn lagere schooltijd in Ullath, hielp ik mijn moeders familie in de dusuns. Met mijn negentiende tekende ik voor het KNIL-leger. In het leger was ik sergeant eerste klas. Ik maakte mijn cathegesatie lessen af in Bandung, waar ik aldaar ook mijn belijdenis deed. Ik trouwde met oma Lala, zij was toen 17 jaar.

Bkdp. Hoe bent u in het RMS leger terecht gekomen?

G.: wij Ambonezen van het voormalige KNIl-leger stapten over naar het RIS (Republiek Indonesia Serikat) leger in Makassar. In Makassar vocht het RIS leger van buiten Makassar tegen het RIS-leger die gelegerd was in Makassar. Wij trokken toen terug naar Ambon en kort daarna werd de RMS uitgeroepen. Ik was toen met groot militair verlof op Ambon, was getuige en direct betrokken bij het uitroepen van de RMS op Ambon in de wijk Batu Gadja op 25 april 1950. En ook de dag daarvoor, 24 april 1950 was ik aanwezig tijdens de massale openlucht bijeenkomst van het volk (rapat raksasa)in Batu Gadja. Er waren soldaten, sergeanten en sergeant majoors van het KNIL leger en de rode baretten aanwezig. Toen de proclamatie een feit was, gaf de voorzitter van het Zuid Molukken Raad en tevens de eerste president van de R.M.S. , Manuhutu ons de opdracht om te komen tot het vormen van het A.P.R.M.S.. (Angkatan Perang Republiek Maluku Selatan) het R.M.S. leger.

Na de uitroeping van de R.M.S. was ik commandant van de Bataljon KRISLAM (Kristen en Islamieten) op het schiereiland Hitu ten noord-westen van het eiland Ambon. Deze Islamieten kwamen van de dorpen Seit, Wakal, Hitu, Mamala, Morela, Asilulu en de andere Christelijke dorpen. Na de gedwongen terugtrekking van het schiereiland Hitu voegde ik met een gedeelte van mijn bataljon in de binnenlanden van Ceram. Dit om samen met het hoofdmacht van de APRMS, verdeeld over het eiland Ceram de TNI (Nationaal Indonesische Leger) te bestrijden. We hadden veel verliezen aan onze kant maar onder het bezettingsleger waren de doden en gewonden het veelvoudige. Wij kregen hulp van de Alifuren, de oorspronkelijke bewoners van de binnenlanden van Ceram, zij waren heer en meester in de binnenlanden.

Bkdp.: waarom bent u overgegaan naar RIS leger ( Verenigde Staten van Indoesie).en niet met u wapenbroeders naar Nederland gegaan?

G.: in december 1949 werd het KNIL leger officieel ontbonden en het RIS leger werd een feit. Ik zat in Makassar en vocht daar tegen de oprukkende TNI-leger. Ik vocht daar een maand en ging toen naar Ambon. De Republiek Indonesie werd door Sukaro en Hatta in 1945 uitgeroepen maar toen nog niet officieel erkend door de Verenigde Naties. Er was alleen maar de erkenning van de RIS. Ik zat op Ambon voor groot verlof. Toen de RMS op 25 april 1950 werd uitgeroepen, was mijn keuze niet moeilijk. Dit in tegenstelling tot mijn ex-wapenbroeders van het voormalige KNIL. Zij werden op militair dienstbevel getransporteerd naar Nederland op dienstbevel. Velen onder de Ambonese ex-KNIL militairen hadden ook graag meegevochten voor een vrije en soevereine R.M.S. Ook hieruit blijkt dat Nederland eieren voor haar geld kiest en liet haar trouwste bondgenoten vallen, omwille van de economische betrekkingen met Indonesie.

Bkdp.: hoe kwam u in Jakarta en wat deed u daar?

G.: toen ik op een dag langs de haven van Ambon liep, ik had nog toen stadsarrest, kwam ik een ondergeschikte van mij uit het KNIL leger tegen. Hij vroeg aan mij of ik hem herkende. Ik deed net of ik hem niet kende, hij was toen al kapitein van de Nationale Indonesische Politie. Als gevangene van de Indonesische bezettingsautoriteiten en als ex-R.M.S.ér was je bang voor elk TNI militair/politie in uniform die op straat tegen kwam. Maar ik herkende en kende hem heel goed. Hij kwam van het dorp Haruku op het gelijknamige eiland. Hij vroeg aan mij wat ik hier bij de haven deed? Ik zei dat ik een pas aangekomen boot aan het bewonderen was.

Even later zei hij toen tegen mij wie hij was. Vervolgens vertelde hij mij dat hij ook gevochten heeft in de KRISLAM bataljon op Ambon, en ook onder mijn leiding in de binnenlanden van Ceram. Hij gaf mij geld en zei dat ik moest vluchten met de boot die daar aangemeerd lag voor vertrek. Hij gaf mij dekking zo kon ik ongemoeid in de boot stappen. Met alleen de kleren die ik aan had, vluchtte ik. Tijd om een kaart te kopen kon ik niet meer. Zo reisde ik illegaal met de boot naar Jakarta. Als gelovige Christen kon ik allen maar zeggen dat Hij, God de Almachtige mij behoedde op mijn vlucht. Ik vluchtte alleen oma Lala was al eerder in Jakarta. In het begin waren mijn vrouw en ik net zwervers. Wij sliepen onder afdaken van scholen als het donker was.

Overdag moet ik zorgen dat ik aan eten zien te komen voor ons. Ik kon niet openlijk gaan werken. Ik bad tot God en vroeg om hulp. En mijn gebeden werden verhoord. Uit een onverwachte hoek kreeg ik hulp, van nota bene een Ullathnees, Pattipeilohy zijn vader was samen met mij in de binnenlanden van Ceram. Hij droeg een Islamitische naam, via hem kreeg ik mijn eerste baantje. Om te kunnen overleven in Jakarta van toen die tijd, kon je als Ambonees en Christen moeilijk carriere maken, dus je doet dingen tegen je principes. In die tijd, moet je kunnen aantonen dat je in de TNI leger zat en of je een “goede nationalist”, was. Hij gaf mij een brief om te solliciteren bij de kerk. Zo werkte ik jaren lang voor de kerk in Jakarta. Via mensen uit het RMS verzet, die om te overleven ook naar Jakarta vertrokken en ook in die kerk werkzaam waren, kreeg ik een vaste baan.

Bkdp.: hoe bent u in Nederland terecht gekomen?

G.: op uitnodiging van wijlen oom Piet en tante Pantji Latumaerissa (Breda) kwamen wij, mijn vrouw, zoon en ik in Nederland aan, voor vakantie . Tante Pantji is een familie van oma Lala, mijn vrouw.

Bkdp.: hoe kan het dat u toch nog in Nederland kon blijven.

G.: Gods wegen zijn wonderbaarlijk, zonder Zijn zorg, zou ik nooit de oorlogen hebben overleefd. In zat in het KNIL, APRIS, RMS leger, heb overal gevochten, vervolgens was ik scherm instructeur op de Militaire Academie van het TNI in Bandung (1972). Maar om terug te komen op je vraag kan ik daar heel duidelijk in zijn. Bij de vreemdelingen politie werkte een medewerker, wijlen de heer Hoeber, hij had ervoor gezorgd dat ik een permanent verblijfsvergunning kreeg. Via hem kreeg ik ook mijn sociale dienst uitkering.

Bkdp.: wat is u bijdrage voor de RMS strijd in Nederland?

G.: ik kwam naar Nederland met een geheime politieke missie.

Bkdp.: wat houdt u missie in?

G.: ik kreeg opdracht van het verzet op Ambon, ik zat toen al in Jakarta de opdracht om wijlen Ir. Manusama “president” van de RMS in Nederland en “generaal” Tamaela om hun tegenstelling te vergeten en om samen een front te maken tegen de gemeenschappelijke vijand. Met o.a.wijlen ir. Peter Tatipikalawan hadden wij zoveel pogingen ondernomen. Zowel Manusama als Tamaela waren voor het behoud van hun eigen toko's. Zij streden alleen maar voor hun eigen ego, status en eer.

Vernieuwende denkbeelden en opvattingen binnen die twee gelederen werden niet getolereerd. En als je dat ook openlijk voor op komt dan word je als een afvallige behandeld en aan de kant geschoven. Beiden waren hun strijdmakers die toen nog in de binnenlanden van Ceram zaten en wachtten op hun morele en matriele ondersteuning, vergeten. Ik ben ondanks tegenwerking door zogenaamde “leiders” door gegaan. Bij politieke RMS ontmoetingen in Nederland probeer ik de boodschap die ik bij me had ook over te brengen. Ik probeer in het bijzonder de jongeren te bereiken of het nou in Breda was of elders. Ik zal mijn missie altijd uitdragen als eer betoon aan de vele strijdmakers die hun leven lieten in Ambon en in de binnenlanden van Ceram. Ik ben nu een oude man maar de RMS is springlevend in mijn hart en ziel.

Bkdp.: welke boodschap heeft u voor Ullathnezen jongeren van de 2 e , 3 e en 4 e generatie met betrekking tot de RMS strijd in Nederland?

G.: de RMS is van jullie, wees trouw aan je politieke RMS idealen. Probeer zoveel mogelijk te studeren. Als je in deze maatschappij een belangrijke maatschappelijk positie hebt dan kun je wat doen voor je volk en vaderland. Wij hebben niks aan mensen die alleen maar hard schreeuwen. Om vervolgens als toeschouwers aan de zijkant van deze Nederlandse samenleving toe kijken. Profileer je op de eerste plaats als individu maar ook als groep, in deze harde en zakelijke samenleving. De wijk is een warme nest, maar kan tevens ook een belemmering zijn voor je persoonlijke ontwikkeling. Om te kunnen overleven is er meer nodig dan alleen maar terugtrekken in onze bekende en veilige wijkcultuur. Dromen hebben is mooi maar het realiseren is nog beter. Moge de Almachtige God jullie helpen in jullie persoonlijke en politieke strijd.

 

En last but not least, Beilohy Amalatu moeten jullie nooit vergeten!

 

 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



selatuku productions®
2000-2005

 


 

Ullath | Geografie | Families | Logo | Teksten | Pela | PABAN | Boeken | Links | Colofon | Agenda | Archief-Nieuws |
| Gastenboek | Ullath.com |