Ullath | Geografie | Families | Logo | Teksten | Pela | PABAN | Boeken | Links | Colofon | Agenda | Archief-Nieuws |
| Gastenboek | Ullath.com |

 

 

In de rubriek "interview" Ullathnesen aan het woord.

bl_bar.gif (1205 bytes)

Kerk en kumpulan als bindmiddel

 

"Onze jeugd is zich sterk gaan interesseren voor haar wortels", zegt onderwijzer Supusepa uit Krimpen aan den IJssel, voorzitter van de kumpulan (vereniging) Ullath.

Bij alle ellende die de strijd tussen moslims en christenen op de Molukken heeft veroorzaakt, is er ooknog een positief effect. "Onze jeugd is zich sterk gaan interesseren voor haar wortels", zegt Onggo Supusepa uit Krimpen aan den IJssel.

Hij is voorzitter van de kumpulan (vereniging) Ullath. In de Molukse gemeenschap wemelt het van de kumpulans. Er zijn er minstens zestig, die alle naam dragen van een dorp of stad. Zo is Ullath een dorp op het eiland Saparua. Het voorgeslacht van Onggo Supusepa is afkomstig van Ullath en dat verklaart waarom hij zich destijds bij deze kumpulan aansloot.

Geld inzamelen is een belangrijke activiteit van een kumpulan. De laatste jaren wordt er nood mee gelenigd in het dorp of de stad waar de vereniging naar genoemd is, terwijl er voorheen vooral scholen en keren op de Molukken van werden gefinancierd. Een aantal kumpulans heeft een eigen nieuwsbrief en zelfs een eigen website.

"De verbondenheid in de kumpulan is de laatste twee jaar sterker dan ooit", zegt Supusepa. "Maar ik moet ook mijn Nederlandse collega’s in het onderwijs prijzen. Zij leven heel erg met me mee. Dat doet me goed, want net als zovelen ben ik dag en nacht met de toestand op de Molukken bezig. Ik heb er veel familie en toen het nog kon, bezocht ik hen ieder jaar. Hun toestand is momenteel zeer benard".

bl_bar.gif (1205 bytes)

UIT FNV MAGAZINE - 22 FEBRUARI 2001 NUMMER 4

Fragment uit artikel:

Door: Bart Speleers

Allochtone medewerkers over allochtonenbeleid
  
"De Nieuwe Nederlanders van de FNV"

HENNY SIWABESSY (43)

Henny Siwabessy werkt sinds elf jaar bij de FNV. Ze is vanaf december vorig
jaar hoofd P & O bij de FNV vakcentrale.

"De FNV wil graag een afspiegeling zijn van de samenleving, zodat
leden en potentiële leden zich herkennen in onze organisatie. Belang-
rijk is dat diverse groepen uit de samenleving zeggen: 'dat is de club
waar ik moet zijn, zij behartigen mijn belangen'. We willen evenre-
digheid van verschillende groepen in ons personeelsbestand. In het
kader van de Wet Samen moet elke organisatie dat, ook de FNV, maar
dat willen we ook. Ik wil graag in alle lagen en in het bestuur allocht-
onen zien. Op dit moment staan de vacatures voor algemeen directeur
en adjunct-directeur van de werkorganisatie open. We hebben daar-
voor heel specifiek minderhedenorganisaties ingeschakeld om juist te
zorgen dat er wordt gesolliciteerd uit die doelgroep. En Werven in al-
lochtone bladen en via zelforganisaties, dat doen we al jaren.

Het binnenhalen van nieuwe allochtone medewerkers heeft conse-
quenties voor de organisatie, Die nieuwe collega's nemen hun eigen
achtergrond, cultuur en omgangsvormen mee. Een collega van al-
lochtone afkomst in een team vergt veel meer van elkaar. Zittende
collega's zouden de meerwaarde van een nieuwe collega met etnische
afkomst moeten onderkennen. Die kijkt anders naar dingen. Zittende
collega's kunnen niet meer automatisch uitgaan van hoe het was. Ze
kunnen niet verwachten dat hun opvattingen automatisch ook die
van een ander zijn.
Wat mij opvalt is dat er vrij veel jonge mensen die hier kort werken
weer vertrekken. Dat heeft niet specifiek met allochtoon of autoch-
toon te maken. De redenen van vertrek komen overeen: snel binnen-
komen en meteen al zware taken op je nemen, een vrij korte inwerk-
periode en moeilijk je weg weten te vinden binnen de bedrijfscultuur.
Er zijn trajecten uitgezet waarin leidinggevenden trainingen volgen
in begeleiden en coachen van medewerkers. Een gedragsverandering
van onze medewerkers moet er voor zorgen dat wij als organisatie
toegankelijker en vriendelijker zijn, ook voor nieuwe mensen."

bl_bar.gif (1205 bytes)

UIT DE GELDERLANDER – VRIJDAG 18 AUGUSTUS 2000

George Nikijuluw uit Elst. "Frustratie leidt tot obsessie, obsessie, obsessie leidt tot bevroren geweld."

Frustratie en bevroren geweld

Alhoewel nog niet vaststaat dat het Molukse jongeren waren die deze week het Elster raadhuis met brandbommen bestookten, zoeken ook de Molukkers zelf de daders in eigen kring. "Het kan nog veel erger worden."

Door HARM GRAAT

Als hij praat, slaat zijn stem soms over van emotie. George Nikijuluw, 61 jaar en oud-voorzitter van de Molukse wijkraad in Elst, is behalve een opvallende verschijning een man die pijn en woede in woorden kan vatten. Voelbaar maakt.

Nee, van de recente bekladdingen in Elst – met teksten als insider niet vreemd op. Evenmin van de brandbommen die eerder deze week tegen het gemeentehuis werden gegooid. En alhoewel nog niet vaststaat dat Molukse jongeren daarvoor verantwoordelijk zijn, zou het hem in het geheel niet verbazen als het zo blijkt te zijn.

"Onze gemeenschap zit met een grote brok frustratie, met name de jongeren van de derde en vierde generatie, de jongeren die over het algemeen jonger zijn dan 25 jaar. Zij zien de Molukse mensen van de eerste en tweede generatie lijden en zij zien hoe de lokale overheid in Elst tekort schiet. Zij zien dat er geen kip op straat is als je in Elst een stille tocht organiseert. Er is gewoon geen belangstelling voor ons."

Die frustratie, merkt Nikijuluw, valt nauwelijks meer te beteugelen. "Frustratie leidt tot obsessie. Obsessie leidt tot bevroren geweld. En bevroren geweld leidt, als er maar iets gebeurt, tot een explosie. We hebben daar al wat van gezien, maar het kan nog veel erger worden in Elst. Een overtreffende trap. Telkens als er slecht nieuws uit de Molukken komt, kan het overslaan naar hier."

Er zijn drie factoren die een rol spelen bij het groeiende ongenoegen onder de Elster Molukkers, zegt hij. Eén: de burgeroorlog in het moederland. "Daar komt maar geen einde aan." Twee: de ‘onverschillige’ houding van met name het gemeentebestuur. "Zij zijn nog geen enkele keer de wijk in geweest. In andere gemeenten is dat wel anders." Drie: de situatie rond de Molukse stichting Snodenhoek.

"Er is een stichtingsbestuur dat niet door de gemeente wordt erkend. Terwijl dat bestuur nota bene door onze eigen mensen is gekozen! Nu wordt het Moluks centrum gerund door twee vrouwen die alles uit eigen zak betalen. Om toch maar een stukje ontspanning en verstrooiing te kunnen bieden aan de oudere mensen die thuis niet kunnen eten en slapen. Dit is voor onze jongeren niet te accepteren. Zodoende krijg je excessen."

Alleen als het gemeentebestuur het nieuwe Snodenhoekbestuur alsnog erkent en aan de slag gaat om projecten voor de Molukkers op te zetten, kunnen de Molukse jongeren tot bedaren worden gebracht, denkt hij. "In het Molukse centrum kunnen dan weer activiteiten voor de jeugd worden georganiseerd. Nu is er niets. En wij kunnen ze niet tegenhouden. Ik kan toch niet elke avond achter ze aanlopen om te kijken wat ze doen?"

In het Molukse centrum, aan de overkant van de straat, klinken soortgelijke geluiden. Augustina Hetharia, één van de stille krachten van Snodenhoek, zegt zelfs geen idee te hebben wat er precies in de hoofden van de jongeren omgaat. "Ze zijn veel feller dan wij", weet ze wel. "Maar wat ze allemaal doen en van plan zijn, daar kom je niet achter. En je kunt ze ook niet afremmen."

Hetharia is geschrokken van de berichten over de bekladdingen en de brandbommen, al weet ook zijn niet of het daadwerkelijk Molukse jongeren zijn die daarvoor verantwoordelijk zijn. Eén ding staat vast: "Met nog meer geweld los je niks op. Je kunt beter praten." Dat praten gebeurt vooralsnog vooral onderling, vertelt predikante Leen Tahalele van de nabijgelegen Moluks Evangelische Kerk. Contacten met de overige Elster bevolking zijn spaarzaam: "Telkens als er activiteiten worden opzet over de Molukken zijn het vooral de Molukkers die belangstelling tonen en dat is eigenlijk niet de groep waarop we mikken. Het is belangrijk dat we samen met de Nederlanders iets doen."

Binnen de Molukse gemeenschap ontmoet de predikante zowel mensen die harde actie voorstaan als meer gematigd gestemden. Eén ding hebben ze gemeen: "Het grote gevoel van onmacht. Ieder gaat daar op zijn eigen manier mee om." Zelf vreest ze dat de problemen in haar verscheurde moederland zo groot zijn, dat noch de hier woonachtige Molukkers noch de Nederlandse of Elster overheid iets kan uitrichten om het geweld te beteugelen. "Ik denk dat we alleen kunnen bidden en vragen om de hulp van Here God."

De strijdbare George Nikijuluw wil daar niet op wachten. "Elst moet in actie komen. Al houden we maar een inzamelingsactie van oude kleren. Elst moét een gebaar maken."

bl_bar.gif (1205 bytes)

 

uit het "Povinciale Zeeuwse Courant" van woensdag 19 juli 2000

Alleen tijdstip van uitbrengen ongelukkig 19-07-2000 09:00:00
‘Ambons in zakformaat’ voorziet in behoefte

Bram van Schaik

CULEMBORG — Het tijdstip had beter gekund. De Culemborgse auteur Edi Supusepa is de eerste die beseft dat het nú in de markt zetten van een titel als 'Ambons in zakformaat' menig wenkbrauw doet fronsen.


Zeker bij het lezen van de aanprijzing taalgids voor toeristen, maar ook te gebruiken door de derde generatie Molukkers die de Molukken gaan bezoeken. ,,Natuurlijk is dit niet de juiste tijd. Maar het leven gaat verder.’’

Met het leven gaan ook de activiteiten van de stichting Waehenahia door. Deze vanuit Groningen operende organisatie spant zich in voor armlastige bewoners van het Molukse eiland Saparua. Het eiland, onderdeel van de Lease-eilandengroep, is tweeënhalf keer zo groot als Schiermonnikoog en telt circa veertigduizend inwoners, zowel christenen als moslims. Bij de gelijknamige hoofdstad heeft Supusepa, van oorsprong maatschappelijk werker, sinds 1991 een woning. Daar verblijft hij een deel van het jaar en van daaruit initieert en begeleidt hij projecten. Supusepa laat Waehenahia zijn boeken uitgeven en mede met de opbrengst daarvan financieren de Groningers, in nauw overleg met de Saparuaanse stichting Honimoa (Saparua heette voorheen Honimoa), hulpverleningsprojecten op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs, maatschappelijk werk en werkgelegenheid. Vanwege het religieuze geweld is de zending van hulpgoederen tijdelijk gestaakt; de fondswerving en informatieverstrekking in Nederland gaan daarentegen onverminderd door.

Het is het derde boek van Supusepa (1950, Kalimantan, voorheen Borneo) dat in kort tijdsbestek door Waehenahia wordt uitgebracht. In 1998 publiceerde hij de Woordenlijst Nederlands-Moluks-Saparuaans en vorig jaar verscheen de verhalenbundel Amlan...Carpen. Waarbij amlan een door de auteur verzonnen term is waarin kunstig Ambonezen uit Holland zit verpakt. ,,Het was door die titels dat Waehenahia herhaaldelijk de vraag kreeg om een praktisch boekje over de Molukken,’’ zegt Supusepa. ,,Zowel van Nederlanders als Ambonezen.’’

Die verzoekjes bespoedigden de totstandkoming van het boekje zoals het er nu ligt; de Culemborgse Molukker was al met de voorbereidingen bezig. ,,Bij het samenstellen heb ik veel steun gehad van Marlina Slagter, secretaris van Waehenahia,’’ vertelt Supusepa. ,,Een enthousiaste vrouw die zichzelf als voorbeeld ziet van iemand voor wie zo'n boekje bestemd is. Als kind van een Nederlandse vader en een Saparuaanse moeder en Nederlands opgevoed, is ze op zoek naar haar roots. Ze doet veel om de ontbrekende kennis te vergaren.’’

Het taalgedeelte van het boekje (het bevat tevens toeristische tips, kaartjes, adressen, data van evenementen en lokale gewoontes) beoogt zeker ook de Nederlandse Molukkers wat dichter bij hun échte eigen taal te brengen. ,,Ikzelf, lid van de tweede generatie, ben opgevoed met wat ik kampementstaal noem. Dat is de taal, met Nederlandse, Molukse maar zeker ook Javaanse elementen die is ontwikkeld in de kampen waar de ex-Knil-militairen bij hun komst naar Nederland terechtkwamen.’’ Hebben Supusepa en zijn leeftijdsgenoten nog íets meegekregen van de oorspronkelijke taal, de meeste leden van de derde generatie moeten het zonder deze kennis stellen. Waardoor jongeren, als ze in de gelegenheid zijn naar het land van hun voorouders af te reizen, te weinig bagage hebben om zich écht met de lokale bevolking te onderhouden. En, onbewust, blunders begaan. Supusepa geeft een voorbeeld. ,,Een veelgebruikt woord als kuwee betekent in het Javaans of Jakartaans jij. Maar in het Ambons is het koekje. Als ze tegen mij kuwee zeggen en jij bedoelen, antwoord ik om te provoceren wel eens: ik ben geen koekje. Maar, het valt hun niet kwalijk te nemen. Veel mensen weten het gewoon niet.’’ Overigens pretendeert Supusepa niet dat hij wél alles weet. ,,In het boekje is een aantal lege pagina's opgenomen waar gebruikers hun eigen aantekeningen kunnen noteren. Zo kan het steeds worden uitgebreid.’’

De auteur, die vanwege een zwak gestel én de onrustige situatie op de Molukken al anderhalfjaar niet op Saparua is geweest, rondde zijn reisgids eind april af in de St. Adelbert Abdij in Egmond-Binnen. ,,Een bijzondere ervaring, te meer omdat ik daar ook kon leren kaarsenmaken. Dit komt van pas, omdat we op Saparua een multifunctioneel centrum willen realiseren waar ook een kaarsenmakerij in gevestigd wordt.’’ Trots trekt hij een bouwtekening voor zo'n centrum uit een bureaulade. ,,Kijk, gratis gemaakt door een bevriende architect. Het is een begin.’’

Ambons in zakformaat wordt komend weekeinde gepresenteerd op de Pasar Malam in sporthal De Wieken in Vaassen. Bestellen kan door 23,20 gulden (inclusief porto) over te maken op bankrekening 516108352 t.n.v. stichting Waehenahia. Voor afname van meerdere exemplaren kan contact worden opgenomen met Marlina Slagter, bel 050-5414029 of e-mail Waehenahia@xoommail.com.

bl_bar.gif (1205 bytes)